De Nobele kunst der Vuistneuken
Hooghartig en streng,
de meesteres trekt haar handschoenen aan.
Hij heeft weinig inbreng,
wanneer zij een laag gleitmittel over zijn ster laat gaan.
Zangerig en dreigend,
mompeld ze; "Deze vuist op deze vuist".
De man ligt hijgend,
en kijkt angstig als zij der klauw bij hem erin ruist.
Verschrikt en gekweld,
kronkelt de man wanneer ze zijn darmflora inspecteerd.
Zijn ademhaling versneld,
hopend dat zij niets vind wat van binnen nog niet is verteerd.
Ze voelt en ze woelt,
ze onderhoudt een regelmatige controle.
Hij woelt en hij kroelt,
en laat zich iedere week door haar hele arm doorboren.
- Jeffrey Otterspoor
-
Slap Gelul
- Broederliefde
Schuurslons, sloddervos,
tussen je benen,
't Haagse bos.
Gapend gat, smegma kut,
verzopen kat, verlepte trut.
Rubber lijf, listig wijf,
snap toch niet,
waarom ik bij je blijf.
Hoogtepunten door jouw tandloosheid,
brengen mij terug naar een verleden tijd.
Oma's kusje, voor mijn lieve zusje,
ooit zo tam,
als een kamermusje.
Nu een slet, een kankerhoer,
ze is zo geil, maar ik blijf der broer.
Lieve schat, oh boterbloem,
na het pijpen,
altijd een zoen.
We moeten stoppen, hoe moeilijk het is,
een familieband is ook geen kattenpis.
Lieve zus, dit was het wel,
ik heb van je genoten,
jij vuile del.
- Jeffrey Otterspoor -
Meer Slap Gelul